ECLI:NL:RBMNE:2021:4619
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen WOZ-waarde woning in Utrecht
De heffingsambtenaar heeft de WOZ-waarde van de woning aan een adres in Utrecht voor het belastingjaar 2020 vastgesteld op €301.000,-. Eiser betwist deze waarde en stelt een lagere waarde van €226.000,- voor. Na bezwaar en beroep heeft de rechtbank de zaak inhoudelijk behandeld.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de vastgestelde waarde niet te hoog is. Dit blijkt uit de taxatiematrix die is opgesteld op basis van vergelijkingsobjecten die qua locatie, bouwjaar, gebruiksoppervlakte en staat van onderhoud vergelijkbaar zijn met de woning van eiser. De rechtbank vindt dat verweerder de verschillen tussen de woningen voldoende heeft verdisconteerd.
Eiser heeft aangevoerd dat de gekozen referentiewoningen niet goed vergelijkbaar zijn en dat de voorzieningen van zijn woning niet als luxe maar als voldoende moeten worden gekwalificeerd, wat een lagere waarde zou rechtvaardigen. De rechtbank volgt deze argumenten niet, mede omdat de verschillen in voorzieningen niet leiden tot een lagere waarde en de ligging ten opzichte van de snelweg vergelijkbaar is met de referentiewoningen.
Verder is geoordeeld dat de taxatiematrix voldoende inzicht geeft in de waardebepaling, ook zonder dat vaste correctiepercentages worden gehanteerd. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €301.000,- wordt ongegrond verklaard.