ECLI:NL:RBMNE:2021:464

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
25 januari 2021
Publicatiedatum
9 februari 2021
Zaaknummer
UTR 20/4281
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten na intrekking beroep wegens dwangsombesluit

Verzoekers zijn in beroep gegaan tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Almere, omdat het college geen beslissing had genomen over de verschuldigdheid en hoogte van een dwangsom bij niet tijdig beslissen. Nadat het college alsnog een besluit hierover nam, trokken verzoekers het beroep in en vroegen zij een vergoeding van de proceskosten.

De rechtbank overweegt dat het college heeft gedaan wat verzoekers wilden door alsnog het dwangsombesluit te nemen. Verweerder heeft geen bezwaar tegen het verzoek om proceskostenvergoeding. De rechtbank stelt de proceskosten vast op €267,-, rekening houdend met de aard van de zaak en de toepasselijke wegingsfactor.

Daarnaast moet het college het griffierecht aan verzoekers betalen. De rechtbank veroordeelt het college tot betaling van deze kosten aan verzoekers. De uitspraak is gedaan op 25 januari 2021 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Almere wordt veroordeeld tot betaling van €267,- aan proceskosten en het griffierecht aan verzoekers.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20 / 4281

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 januari 2021 in de zaak tussen

[verzoeker 1] en [verzoeker 2] , te [woonplaats] , verzoekers,

(gemachtigde: mr. M.A. de Boer),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere , verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekers om vergoeding van de proceskosten.
Verweerder heeft op 5 januari 2021 gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. Verweerder heeft op 20 oktober 2020 een besluit genomen. Verzoekers zijn hiertegen in beroep gegaan, omdat verweerder bij dit besluit geen beslissing heeft genomen over de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom bij niet tijdig beslissen en dit nadien ook niet alsnog gedaan heeft. Op 18 december 2020 heeft verweerder hier alsnog een besluit over genomen. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoekers wilden. Verzoekers hebben daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor de proceskosten.
2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
3. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoekers en heeft er geen bezwaar tegen om de proceskosten van verzoekers te betalen.
4. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoekers die verweerder moet betalen vast op
€ 267,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 534,- en een wegingsfactor 0,5). Omdat de zaak alleen gaat over de vaststelling van de dwangsom wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5).
5. Verweerder moet ook het griffierecht aan verzoekers betalen (artikel 8:41 van Pro de Awb).

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 267,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoekers.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
K.F.K. Hoogbruin, griffier
.De beslissing is uitgesproken op 25 januari 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.