ECLI:NL:RBMNE:2021:4643
Rechtbank Midden-Nederland
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens onbekende cliënt identiteit buiten beroepstermijn ongegrond verklaard
Deze uitspraak betreft het verzet tegen de eerdere beslissing van de rechtbank Midden-Nederland, waarin een beroep niet-ontvankelijk werd verklaard omdat de identiteit van degene namens wie het beroep was ingesteld niet binnen de beroepstermijn was verstrekt. De gemachtigde, mr. Bartels, maakte pas na afloop van de termijn bekend namens welk bedrijf hij handelde, waardoor het gebrek niet hersteld kon worden.
De rechtbank overwoog dat de eerdere uitspraak terecht zonder zitting was gedaan, omdat er geen twijfel bestond over de uitkomst. In het verzet voerde Bartels aan dat de wettelijke splitsingsbrief ontbrak en dat er sprake was van betalingsonmacht, maar dit werd niet inhoudelijk beoordeeld vanwege het formele gebrek.
Verder wees de rechtbank het verzoek om een nieuwe griffierechtnota af en oordeelde dat een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn niet toegekend kon worden omdat niet duidelijk was wie de schade zou lijden. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bleef in stand.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.