Verzoeker heeft op 16 juni 2020 beroep ingesteld omdat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) niet tijdig had beslist op zijn verzoek om herbeoordeling van 4 januari 2020. Het UWV heeft op 1 oktober 2020 alsnog een beslissing genomen, waarna verzoeker het beroep heeft ingetrokken en een vergoeding van zijn proceskosten heeft gevraagd.
De rechtbank overweegt dat het UWV door alsnog te beslissen heeft voldaan aan het verzoek van verzoeker. Omdat het UWV niet heeft gereageerd op het verzoek om proceskostenvergoeding, leidt de rechtbank hieruit af dat het UWV geen bezwaar heeft tegen vergoeding.
De rechtbank stelt de proceskosten vast op € 267,-, gebaseerd op één punt voor het indienen van het beroepschrift met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van het geschil (alleen overschrijding beslistermijn). Daarnaast moet het UWV het griffierecht aan verzoeker betalen.
De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van deze proceskosten aan verzoeker.