Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
zonder vaste woon- of verblijfplaats,
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 29 september 2021 de strafzaak tegen verdachte die werd verdacht van het valselijk opmaken van verantwoordingsformulieren van persoonsgebonden budgetten in de periode van 19 januari 2013 tot en met 30 juni 2013.
De officier van justitie voerde aan dat het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kon worden, terwijl de verdediging stelde dat niet kon worden bewezen dat verdachte het oogmerk had om foutieve formulieren te ondertekenen. Verdachte ging ervan uit dat de formulieren correct waren ingevuld door een medewerker van de Stichting die verantwoordelijk was voor de urenregistratie.
Uit het dossier bleek dat verdachte alleen formulieren heeft ondertekend die door de Stichting aan het Zorgkantoor Achmea Zilveren Kruis zijn verstrekt na een administratief onderzoek. De formulieren waren op 24 juli 2014 afgeleverd bij Achmea, maar er kon niet worden vastgesteld wanneer verdachte zijn handtekening had geplaatst. Daardoor kon niet worden bewezen dat verdachte binnen de ten laste gelegde periode de formulieren valselijk had ondertekend.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om verdachte te veroordelen en sprak hem vrij van het ten laste gelegde feit.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij verantwoordingsformulieren valselijk heeft ondertekend binnen de ten laste gelegde periode.