ECLI:NL:RBMNE:2021:469

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
18 januari 2021
Publicatiedatum
9 februari 2021
Zaaknummer
UTR 20/1252
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroepsprocedure bestuursrecht

Verzoekster diende een e-mail in die werd aangemerkt als beroepschrift tegen een uitspraak op bezwaar van de gemeente Almere. Na ontvangst bevestigde verzoekster dat zij geen beroep wilde instellen en trok zij het beroep in. Vervolgens verzocht zij om vergoeding van haar proceskosten.

De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 8:75a Awb alleen proceskosten kunnen worden toegewezen als het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen aan de indiener van het beroepschrift. In deze zaak had het bestuursorgaan niet gereageerd of tegemoetgekomen, en had verzoekster zelf besloten de procedure niet voort te zetten.

Daarom concludeerde de rechtbank dat er geen grond was om proceskosten toe te wijzen en wees het verzoek af. De uitspraak werd gedaan door rechter R.C. Stijnen en griffier K.F.K. Hoogbruin op 18 januari 2021 te Utrecht.

Uitkomst: Het verzoek tot vergoeding van proceskosten wordt afgewezen omdat het bestuursorgaan niet is tegemoetgekomen en het beroep is ingetrokken door verzoekster.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20 / 1252

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 januari 2021 in de zaak tussen

[verzoekster], te [woonplaats], verzoekster,

(gemachtigde: R. Hulkenberg),
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Almere verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van zijn proceskosten.
Verweerder heeft niet gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. Verweerder heeft op 25 maart 2020 een e-mail van verzoekster van 3 februari 2020 doorgezonden aan de rechtbank. Verzoekster geeft in de e-mail aan het niet eens te zijn met de uitspraak op bezwaar van verweerder. Deze e-mail is daarom aangemerkt als beroepschrift en ter behandeling doorgezonden aan de rechtbank. In reactie op de ontvangstbevestiging van de rechtbank heeft verzoekster op 8 april 2020 gereageerd dat zij nooit beroep heeft willen instellen. Bij brief van 19 mei 2020 heeft de rechtbank gevraagd aan verzoekster of zij het beroep wilt intrekken of de beroepsprocedure wilt voortzetten. Verzoekster heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten.
2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
3. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank, in het geval het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (verzoekster) tegemoet is gekomen, het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.
4. In dit geval is verweerder niet teruggekomen op de uitspraak op bezwaar. Verzoekster heeft zelf besloten de beroepsprocedure niet te willen voortzetten. Van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a van de Awb is dan ook geen sprake. Het verzoek tot vergoeding van de proceskosten wordt daarom ook afgewezen.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af
.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
K.F.K. Hoogbruin, griffier. De beslissing is uitgesproken op 18 januari 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.