Opposanten hebben beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Utrecht, maar dit beroep werd op 9 december 2020 niet-ontvankelijk verklaard vanwege niet-betaling van het griffierecht.
Tegen deze uitspraak is verzet ingesteld door opposanten, die aanvoeren dat zij het griffierecht niet konden betalen vanwege hun bijstandsituatie en schulden. De rechtbank heeft het verzet beoordeeld zonder zitting, omdat de uitkomst niet ter discussie stond.
De rechtbank oordeelt dat het beroep op betalingsonmacht niet gegrond is, aangezien opposanten niet aan de criteria voldoen en geen nieuwe bewijsstukken hebben overgelegd. De eerdere uitspraak blijft daarom in stand en het verzet wordt ongegrond verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen op 1 februari 2021 in Utrecht.