ECLI:NL:RBMNE:2021:4737

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
6 oktober 2021
Publicatiedatum
5 oktober 2021
Zaaknummer
16.090122.18 (TUL BIJZ)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:21 SvArt. 366a Sv
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid officier van justitie in vordering tot tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf na nieuw strafbaar feit

De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 6 oktober 2021 de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van vier weken met een proeftijd van twee jaar. De veroordeelde had zich niet gehouden aan de meldplicht en andere voorwaarden, en was opnieuw aangehouden voor een strafbaar feit.

De officier van justitie vorderde tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf, terwijl de verdediging primair verlenging van de proeftijd verzocht en subsidiair omzetting van de gevangenisstraf in een taakstraf. De rechtbank stelde vast dat de voorwaardelijke straf reeds volledig was toegewezen bij vonnis van die dag vanwege overtreding van de algemene voorwaarden en het plegen van een nieuw strafbaar feit.

Daarom verklaarde de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot tenuitvoerlegging voor zover deze was gebaseerd op overtreding van bijzondere voorwaarden. Dit betekent dat de procedure overbodig was omdat de straf al ten uitvoer is gelegd. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer onder voorzitterschap van mr. H.J. Bos.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Lelystad
Parketnummer: 16.090122.18 (TUL BIJZ)
Beslissing op grond van artikel 6:6:21, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafvordering van de meervoudige kamer voor strafzaken van 6 oktober 2021
op de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf in de zaak tegen:
[veroordeelde] ,
geboren op [1998] te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] , [adres] ,
hierna: veroordeelde.

1.De stukken

De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken, waaronder:
- het onherroepelijk geworden vonnis van de meervoudige kamer in deze rechtbank van 14 augustus 2019 in de zaak tegen veroordeelde met voormeld parketnummer, waarbij veroordeelde onder meer is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Aan deze voorwaardelijke straf heeft de rechtbank de volgende bijzondere voorwaarden verbonden dat verdachte:
 zich persoonlijk uiterlijk binnen 3 werkdagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis meldt bij de reclassering Nederland op het volgende adres: Wibautstraat 12 te Amsterdam. Hierna moet verdachte zich blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;
 zich gedurende de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de reclassering, ook als dat inhoudt het meewerken aan een ambulante behandeling, voor zover en zolang de reclassering dat noodzakelijk acht.
Waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.
- de mededeling als bedoeld in artikel 366a, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is op 3 september 2019 per post aan veroordeelde toegezonden.
- het advies van Reclassering Nederland van 15 juni 2020 tot tenuitvoerlegging van de eerder voorwaardelijk opgelegde straf;
- de op 7 december 2020 ter griffie ingekomen vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van de eerder voorwaardelijk opgelegde straf;
- de overige stukken die zich in het dossier bevinden.

2.Het onderzoek ter terechtzittingHet onderzoek is gehouden ter openbare terechtzitting van 22 september 2021. Daarbij zijn gehoord:

- de officier van justitie mr. A.J.M. Vreekamp;
- de veroordeelde bijgestaan door zijn raadsman, mr. G.A.J. Purperhart, advocaat te Rotterdam.

3.De rapportage en de toelichting daarop

In het adviesrapport van 15 juni 2020 wordt weergegeven dat veroordeelde zich meermalen niet aan meldplichtafspraken heeft gehouden. Het recidiverisico is onveranderd en er is geen zich op het leven van veroordeelde. Er kon niet gewerkt worden aan gedragsverandering en hij is opnieuw aangehouden voor een strafbaar feit.

4.De standpunten

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij de schriftelijke vordering tot tenuitvoerlegging.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft ter terechtzitting primair verzocht de proeftijd te verlengen met één jaar en subsidiair verzocht om de gevangenisstraf om te zetten in een taakstraf of deel ten uitvoer te leggen.

5.Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt dat bij vonnis van heden de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf met bovengenoemd parketnummer volledig is toegewezen wegens het overtreden van de algemene voorwaarden, omdat veroordeelde opnieuw strafbare feiten heeft gepleegd.
De rechtbank zal daarom de officier van justitie in onderliggende vordering niet-ontvankelijk verklaren, voor zover die is gebaseerd op overtreding van bijzondere voorwaarden.

6.De beslissing

De rechtbank:
- verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering.
Deze beslissing is genomen door mr. H.J. Bos, voorzitter, mrs. W.S. Ludwig en A.M. Loots, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.T. Feenstra als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 oktober 2021.