Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 22 september 2021;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] van 18 februari 2020, genummerd PL0900-2020042463-1, opgemaakt door de politie Midden-Nederland, doorgenummerde pagina 7 tot en met 26;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 2] gedateerd 20 februari 2020, genummerd PL0900-2020042463-18, opgemaakt door de politie Midden-Nederland, doorgenummerde pagina 27 tot en met 41;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen opgemaakt door verbalisant [verbalisant] van 3 maart 2020, werkzaam bij de politie Midden-Nederland, genummerd PL0900-2020042463-20, pagina 42.
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 22 september 2021;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte door [aangever] namens het slachtoffer [slachtoffer 3] van 22 september 2020, genummerd PL0900-2020299098-3, opgemaakt door de politie Midden-Nederland, doorgenummerde pagina 241 tot en met 243;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal uitwerking studioverhoor opgemaakt door verbalisant [verbalisant] op 8 oktober 2020, werkzaam bij de politie Midden-Nederland, genummerd PL0900-2020299098-4, pagina 227 tot en met 239.
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 22 september 2021;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] van 14 maart 2013, genummerd PL1850-2013020586-1, opgemaakt door de politie Zuid-Holland-Zuid, doorgenummerde pagina 75 tot en met 106.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
9.BENADEELDE PARTIJEN
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
gevangenisstrafvan
8 jaren;
maatregelop grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht
strekkende tot beperking van de vrijheidvoor de duur van 5 (vijf) jaren;
dadelijk uitvoerbaaris.
maatregelop grond van artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht
tot gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking;
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 17.500,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 maart 2013 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag;
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] voor wat betreft het meer gevorderde af;
- veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 17.500,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 maart 2013 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 122 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [slachtoffer 2] toe tot een bedrag van € 17.500,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 februari 2020 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 2] van het toegewezen bedrag;
- verklaart [slachtoffer 2] voor wat betreft de vordering tot vergoeding van schade als gevolg van één jaar studievertraging van € 14.125,- niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- wijst de vordering van [slachtoffer 2] voor wat betreft het meer gevorderde af;
- veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat € 17.500,-
- wijst de vordering van [slachtoffer 3] toe tot een bedrag van € 17.500,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 januari 2020 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 3] van het toegewezen bedrag;
- wijst de vordering van [slachtoffer 3] voor wat betreft het meer gevorderde af;
- veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 3] aan de Staat € 17.500,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 januari 2020 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 122 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;