ECLI:NL:RBMNE:2021:4780
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking boete Meststoffenregelgeving
Verzoeker stelde beroep in tegen een boete opgelegd door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit op grond van de Meststoffenregelgeving. De boete was aanvankelijk gehandhaafd maar verlaagd. Na een uitspraak van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven nam de Minister een nieuwe beslissing op bezwaar, waarin het bezwaar van verzoeker gegrond werd verklaard en de boete werd herroepen.
De rechtbank behandelde het verzoek om proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:54 Awb Pro zonder zitting. Gezien de herroeping van de boete en de daarmee gepaard gaande tegemoetkoming aan verzoeker, wees de rechtbank het verzoek toe en veroordeelde de Minister tot vergoeding van de proceskosten voor de beroepsfase.
De vergoeding werd vastgesteld op € 748,-, zijnde één punt voor de bijstand door een gemachtigde bij het indienen van het beroepschrift. Daarnaast wees de rechtbank erop dat de vergoeding van het griffierecht van € 174,- door de Minister moet worden voldaan, maar dat verzoeker dit rechtstreeks bij de Minister moet claimen.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Minister tot betaling van € 748,- aan proceskosten na herroeping van de boete.