ECLI:NL:RBMNE:2021:4788
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak bezwaar WOZ-waarde woning met instandhouding rechtsgevolgen
De zaak betreft een beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een vrijstaande woning, vastgesteld op €557.000,- voor het belastingjaar 2020. Eiser betwist deze waarde en stelt een lagere waarde van €505.000,-, onderbouwd met een taxatierapport. Verweerder handhaaft de oorspronkelijke waarde en heeft een taxatiematrix overgelegd met referentiewoningen ter onderbouwing.
De rechtbank constateert dat de uitspraak op bezwaar niet voldoet aan het motiveringsbeginsel van de Awb, omdat niet alle bezwaargronden voldoende zijn besproken en gemotiveerd. Daarom wordt de uitspraak op bezwaar vernietigd. De rechtbank beoordeelt vervolgens de onderliggende waardebepaling en concludeert dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld, mede door een juiste toepassing van de vergelijkingsmethode en correcte waardering van referentiewoningen.
De rechtbank wijst de door eiser aangevoerde referentiewoning die recent is verkocht af als vergelijkingsobject vanwege verbouwingen na verkoop. Ook de overige bezwaren van eiser leiden niet tot een ander oordeel. De rechtsgevolgen van de vernietigde uitspraak op bezwaar blijven in stand. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; verweerder moet griffierecht en proceskosten vergoeden.