Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
in de hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordigster van [zoon],te [woonplaats], eiseres
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres, moeder van een zoon met diverse lichamelijke en gedragsproblemen, had een persoonsgebonden budget (pgb) voor persoonlijke verzorging dat zij wilde verlengen. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordoostpolder wees de verlenging af, stellende dat de zorg onder gebruikelijke zorg viel en door de ouders zelf kon worden verleend.
De rechtbank oordeelt dat het college niet het vereiste zorgvuldige onderzoek heeft verricht, omdat het geen jeugdhulpdeskundige heeft ingeschakeld om de hulpvraag en benodigde zorg vast te stellen. Hierdoor is niet vastgesteld welke hulp noodzakelijk is en of de ouders dit zelf kunnen bieden.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt het college op binnen 13 weken een nieuw besluit te nemen, waarbij eerst aanvullend onderzoek moet plaatsvinden. Een voorlopige voorziening wordt niet toegewezen omdat niet is gebleken dat de zorg van de zoon in gevaar is. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd, en het college opgedragen binnen 13 weken een nieuw besluit te nemen.