ECLI:NL:RBMNE:2021:4842

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
3 september 2021
Publicatiedatum
11 oktober 2021
Zaaknummer
UTR 21 / 1982
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-betaling griffierecht en ontbreken besluit

Eiser diende op 21 april 2021 een beroepschrift in bij de rechtbank Midden-Nederland. Volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet bij het indienen van een beroep griffierecht worden betaald, in dit geval €49,-. De rechtbank stuurde eiser op 25 en 27 juni 2021 aangetekende brieven om hem te wijzen op het niet betalen van het griffierecht en het ontbreken van een kopie van het besluit waartegen het beroep was gericht, met de mogelijkheid deze gebreken binnen vier weken te herstellen.

Eiser betaalde het griffierecht niet binnen de gestelde termijn en leverde ook geen kopie van het besluit aan. Hij gaf geen geldige reden voor het niet voldoen aan deze verplichtingen en reageerde niet op de aangetekende brieven. Hierdoor kon de rechtbank het beroep niet inhoudelijk behandelen.

De rechtbank verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:54 Awb Pro. Er is geen sprake van een vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter R.C. Moed op 3 september 2021 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van griffierecht en ontbreken van het besluit.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21 / 1982

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 september 2021 in de zaak tussen

[eiser], te [woonplaats], eiser,

en

onbekende verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend op 21 april 2021.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser heeft namelijk het griffierecht niet (op tijd) betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 49,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiser op 27 juni 2021 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiser het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet (op tijd) ontvangen. Eiser heeft daar geen geldige reden voor gegeven.
6. De rechtbank stelt vast dat eiser ook geen kopie van het besluit waartegen hij beroep instelt, heeft ingediend.
7. Als dat niet gebeurt is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk behandelt.
8. De rechtbank heeft eiser op 25 juni 2021 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat hij binnen vier weken dit gebrek kan herstellen.
9. Eiser heeft niet gereageerd op deze brief.
10. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld. Het beroep is kennelijk
niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro).
11. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Moed, rechter, in aanwezigheid van M. Bos, griffier. De beslissing is uitgesproken op 3 september 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.