ECLI:NL:RBMNE:2021:486
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens ontbreken financieel voordeel
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 9 februari 2021 de vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van veroordeelde, die was veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van hennep.
De officier van justitie vorderde betaling van een geschat voordeel tot maximaal €23.272,60, later verlaagd tot de helft hiervan. De verdediging betwistte de aannames achter de berekeningen en verzocht afwijzing van de vordering of vermindering van het bedrag.
De rechtbank oordeelde dat de veroordeling enkel betrekking had op het aanwezig hebben van hennep en niet op het telen ervan. Het berekende voordeel was gebaseerd op het telen, waarvoor veroordeelde was vrijgesproken. Er waren onvoldoende concrete aanwijzingen dat veroordeelde financieel voordeel had genoten van het aanwezig hebben van hennep.
Daarom wees de rechtbank de vordering tot ontneming af. Dit vonnis werd uitgesproken door de meervoudige kamer in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af wegens ontbreken van concrete aanwijzingen voor financieel voordeel.