ECLI:NL:RBMNE:2021:4895
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen weigering IVA-uitkering per 1 oktober 2020
Eiser, met hersenletsel na een auto-ongeluk in zijn jeugd, ontvangt sinds 2018 een WIA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2020 werd zijn arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 63,03%, binnen de klasse 55-65%, waardoor de uitkering niet wijzigde. Eiser stelde dat hij per 1 oktober 2020 al volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was en recht had op een IVA-uitkering.
De rechtbank oordeelt dat verweerder de beoordeling zorgvuldig heeft uitgevoerd, waarbij medische rapporten van verzekeringsartsen en informatie van de behandelende sector zijn betrokken. De medische beoordeling is consistent, begrijpelijk en sluit aan bij de klachten en beperkingen van eiser. De stelling van eiser dat hij per 1 oktober 2020 volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was, wordt niet ondersteund door voldoende medisch bewijs.
De arbeidsdeskundige heeft de belastbaarheid van eiser adequaat vastgesteld en de functies die hij kan verrichten zijn passend bij zijn beperkingen. De loonwaardebepaling is gebaseerd op objectieve functies en niet op feitelijke werkzaamheden. De rechtbank concludeert dat de WIA-uitkering terecht niet is gewijzigd per 1 oktober 2020 en dat de IVA-uitkering terecht pas per 16 april 2021 is toegekend.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de IVA-uitkering niet per 1 oktober 2020 toe te kennen is ongegrond verklaard.