ECLI:NL:RBMNE:2021:4910

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
10 juni 2021
Publicatiedatum
13 oktober 2021
Zaaknummer
UTR 21/1567
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:10 AwbArt. 7:13 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdig beslissen op bezwaar door gemeente Utrecht

Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht. De rechtbank heeft op 25 januari 2021 vastgesteld dat de gemeente niet tijdig op het bezwaar heeft beslist en heeft de gemeente opgedragen binnen twee weken alsnog een besluit te nemen, met een dwangsom van €100 per dag tot maximaal €15.000 bij overschrijding.

De termijn van twee weken is op 16 februari 2021 verstreken zonder dat de gemeente een besluit heeft genomen. Eiser heeft vervolgens beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank oordeelt dat dit beroep niet-ontvankelijk is omdat er al een lopende dwangsom is en eiser daardoor niet in een gunstiger positie kan komen.

De rechtbank wijst erop dat indien de maximale dwangsom is bereikt, eiser vrij staat een nieuw beroep in te dienen. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Moed op 10 juni 2021 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar door de gemeente Utrecht is niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/1567

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 juni 2021 in de zaak tussen

[eiser] , te [plaats] , eiser,

(gemachtigde: mr. M.M. Breukers),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend na de uitspraak van de rechtbank van 25 januari 2021 met zaaknummer UTR 20/4535. In die uitspraak staat dat verweerder binnen twee weken opnieuw moet beslissen op het bezwaar van eiser. Eiser stelt nu beroep in omdat verweerder dat niet heeft gedaan.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Eiser heeft zijn bezwaarschrift ingediend op 12 augustus 2020. Verweerder moet binnen zes weken beslissen, gerekend vanaf het moment waarop de bezwaartermijn is verstreken
.Dat staat in artikel 7:10 en Pro 7:13 van de Awb. In de uitspraak van 25 januari 20211. heeft de rechtbank vastgesteld dat verweerder niet tijdig heeft beslist op het bezwaar van eiser. De rechtbank heeft bepaald dat verweerder binnen twee weken na de datum van de uitspraak moet beslissen op eisers bezwaar. Verder heeft de rechtbank bepaald dat als verweerder deze termijn overschrijdt, hij een dwangsom van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- aan eiser verbeurt.
3. De rechtbank stelt vast dat de bij uitspraak van 25 januari 2021 opgedragen termijn van twee weken is op 16 februari 2021 verstreken en dat verweerder nog steeds geen besluit heeft genomen op het bezwaar van eiser.
4. Gelet op het feit dat er op dit moment reeds een dwangsom loopt als het gevolg van de eerdere uitspraak door deze rechtbank, kan eiser redelijkerwijs niet in een gunstiger positie komen en is dit beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder,
niet-ontvankelijk. Indien de volledige dwangsom van € 15.000,- is volgelopen, staat het eiser vrij een nieuw beroep tegen het niet tijdig beslissen in te dienen.
5. Het beroep van eiser is niet-ontvankelijk.
6. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Moed, rechter, in aanwezigheid van
K.F.K. Hoogbruin, griffier
.De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op 10 juni 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
de griffier de rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.