Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het niet tijdig beslissen door de gemeente Woudenberg op zijn bezwaar ingediend op 10 april 2020. Volgens de Gemeentewet had de gemeente uiterlijk 31 december 2020 moeten beslissen, maar dit is niet gebeurd. Eiser stelde de gemeente op 6 januari 2021 in gebreke en startte vervolgens een beroep bij de rechtbank.
De rechtbank constateert dat de gemeente niet heeft gereageerd op verzoeken om stukken en een reactie, waardoor niet kon worden vastgesteld of een besluit was genomen of de beslistermijn was verlengd. De rechtbank gaat daarom uit van het niet tijdig beslissen.
Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt een dwangsom opgelegd van €1.442,- voor de periode van 42 dagen dat de gemeente in gebreke was. Daarnaast moet de gemeente binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit nemen. Voor elke dag dat de beslistermijn daarna nog wordt overschreden, geldt een dwangsom van €100,- met een maximum van €15.000.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en veroordeelt de gemeente tot betaling van proceskosten van €267,- en het griffierecht aan eiser. Hiermee wordt de rechtszekerheid en het recht op tijdige besluitvorming gewaarborgd.