ECLI:NL:RBMNE:2021:4916

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
12 juli 2021
Publicatiedatum
13 oktober 2021
Zaaknummer
UTR 21/2612
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 7:1 AwbArt. 3:18 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bouwvergunning Windpark Houten

Eiser heeft op 7 april 2021 een verzoek ingediend om de bouwvergunning van 21 juni 2010 voor het bouwen van Windpark Houten in te trekken. Vervolgens stelde eiser het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Houten op 19 mei 2021 in gebreke vanwege het uitblijven van een beslissing.

De rechtbank stelt vast dat niet de gebruikelijke beslistermijn van zes weken geldt, maar de uitgebreide voorbereidingsprocedure van 26 weken, zoals bepaald in artikel 3:18 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hierdoor moest verweerder uiterlijk op 6 oktober 2021 beslissen.

Omdat de ingebrekestelling op 19 mei 2021 werd gedaan terwijl de beslistermijn nog niet was verstreken, is deze prematuur. Dit leidt ertoe dat het beroep niet-ontvankelijk is verklaard op grond van artikel 8:54 Awb Pro.

De rechtbank ziet geen aanleiding voor proceskostenvergoeding en heeft partijen niet uitgenodigd voor een zitting, aangezien dit niet noodzakelijk werd geacht. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen op 12 juli 2021 te Utrecht.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens een prematuur ingediende ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/2612

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 juli 2021 in de zaak tussen

[eiser] , te [plaats] , eiser,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Houten, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op zijn verzoek om de bouwvergunning d.d. 21 juni 2010 voor het bouwen van Windpark Houten in te trekken.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Wel moet de betrokkene dan eerst een ‘ingebrekestelling’ aan het bestuursorgaan sturen. Dat wil zeggen dat de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan moet laten weten dat er binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar. Dit staat (onder andere) in de artikelen 6:2, 6:12 en 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3. Eiser heeft een verzoek om de bouwvergunning d.d. 21 juni 2010 voor het bouwen van Windpark Houten in te trekken ingediend op 7 april 2021. Vervolgens heeft eiser verweerder op 19 mei 2021 in gebreke gesteld.
4. De rechtbank is van oordeel dat in dit geval niet een beslistermijn van zes weken geldt, zoals eiser kennelijk aanneemt. Verweerder heeft in zijn verweerschrift van 28 juni 2021 het wettelijke kader correct weergegeven. Hieruit volgt dat in dit geval de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is. Verweerder moet daarom binnen 26 weken beslissen op het verzoek van eiser. Dat staat in artikel 3:18 van Pro de Awb. Verweerder moet dus uiterlijk op 6 oktober 2021 beslissen.
5. Eiser heeft verweerder dus in gebreke gesteld voordat de beslistermijn verstreken is. Nu op 19 mei 2021 de beslistermijn nog niet is verstreken, is de ingebrekestelling prematuur en is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 van Pro de Awb).
4. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
K.F.K. Hoogbruin, griffier
.De beslissing is uitgesproken op 12 juli 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
de griffier de rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.