Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 oktober 2021 in het beroep van
beweerdelijk ingesteld namens [bedrijf 1](hierna: [bedrijf 1] ), gevestigd in [plaats] , eiseres
Procesverloop
1 mei 2020 (hierna: het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar ongegrond verklaard. Eiseres heeft vervolgens beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Beslissing
Overwegingen
22 april 2021 daarom uitgesteld.
12 april 2021 zijn gewijzigd, heeft de griffier met een brief van 17 augustus 2021 eiseres gevraagd de statuten van [bedrijf 6] te overleggen, zoals deze golden op het moment dat de machtiging werd ondertekend.