ECLI:NL:RBMNE:2021:4949

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
14 oktober 2021
Publicatiedatum
14 oktober 2021
Zaaknummer
20/3668
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens gewijzigd bestuursbesluit

Verzoekster diende beroep in tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) van 7 oktober 2020. Op 20 mei 2021 wijzigde verweerder het besluit, waarmee aan het verzoek van verzoekster werd voldaan. Vervolgens trok verzoekster het beroep in en vroeg zij vergoeding van haar proceskosten.

De rechtbank overweegt dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht (artikelen 8:75 en 8:75a Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) proceskosten kunnen worden toegewezen. Verweerder heeft geen bezwaar tegen vergoeding van de proceskosten van verzoekster.

De rechtbank stelt de proceskosten vast op € 748,-, gebaseerd op één punt voor het indienen van het beroepschrift, en veroordeelt verweerder tot betaling van dit bedrag aan verzoekster. Tevens moet verweerder het griffierecht vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter E.M. van der Linde op 14 oktober 2021.

Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van € 748,- aan proceskosten aan verzoekster.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/3668

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 oktober 2021 in de zaak tussen

[verzoekster] , te [plaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. mr. I. Rhodes),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,verweerder,
(gemachtigde: M. Tieman).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten.
Verweerder heeft op 9 september 2021 gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. Verweerder heeft op 7 oktober 2020 een besluit genomen. Op 20 mei 2021 heeft verweerder dit besluit gewijzigd. Verweerder heeft daarmee gedaan wat verzoekster wilde. Verzoekster heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten.
2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen. Dat volgt uit de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoekster en heeft er geen bezwaar tegen om de proceskosten van verzoekster te betalen.
4. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoekster die verweerder op grond van het Bpb moet betalen vast op € 748,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 748,- en een wegingsfactor 1).
5. Verweerder moet op grond van artikel 8:41 Awb Pro ook het griffierecht aan verzoekster betalen.

Beslissing

De rechtbank:
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 748,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. van der Linde, rechter, in aanwezigheid van
mr. L.M.A. Koeman, griffier. De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op
14 oktober 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
De rechter is verhinderd
deze uitspraak
te ondertekenen
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.