De rechtbank Midden-Nederland behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het heimelijk vervaardigen van een afbeelding van een vrouw op een damestoilet in een winkelbedrijf te Nieuwegein op 11 april 2017. De rechtbank sprak verdachte vrij van het daadwerkelijk maken van een foto of video, omdat dit niet wettig en overtuigend bewezen kon worden. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte een poging daartoe had gedaan door zijn hand met een mobiele telefoon onder het tussenschot van het toilet te houden.
De rechtbank nam kennis van de overschrijding van de redelijke termijn, aangezien verdachte al in april 2017 was gehoord en het vonnis pas in oktober 2021 werd gewezen. Dit leidde ertoe dat de rechtbank de opgelegde straf wilde matigen. Hoewel de officier van justitie een taakstraf van 15 uur had gevorderd, achtte de rechtbank een geldboete passend, maar wilde deze vanwege de termijnoverschrijding voorwaardelijk opleggen.
Omdat verdachte op dezelfde dag ook werd veroordeeld voor andere feiten met een voorwaardelijke gevangenisstraf, vond de rechtbank het niet opportuun om ook een voorwaardelijke geldboete op te leggen. Daarom werd besloten geen straf of maatregel op te leggen conform artikel 9a Sr. De rechtbank benadrukte de ernst van het feit en de inbreuk op de privacy, maar hield rekening met de omstandigheden en de persoonlijke situatie van verdachte.
De uitspraak werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Midden-Nederland te Utrecht op 20 oktober 2021, waarbij verdachte werd vrijgesproken van het primair ten laste gelegde feit en veroordeeld voor de poging, zonder strafoplegging.