ECLI:NL:RBMNE:2021:5055
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op Ziektewet-uitkering na zwangerschap wegens arbeidsongeschiktheid
De werkneemster meldde zich op 19 september 2018 ziek vanwege psychische klachten en had zwangerschapsverlof van 29 februari tot 20 juni 2020. Verweerder besloot op 14 september 2020 dat zij vanaf 22 juni 2020 geen recht heeft op een Ziektewet-uitkering, omdat haar arbeidsongeschiktheid niet direct voortvloeit uit zwangerschap of bevalling. Dit besluit werd op 15 december 2020 bevestigd na bezwaar.
Eiseres stelde beroep in tegen deze beslissing, stellende dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was omdat de verzekeringsarts de bekkenklachten onvoldoende onderzocht had. De rechtbank overwoog dat medische beoordelingen mogen worden gebaseerd op rapportages van verzekeringsartsen mits deze zorgvuldig, consistent en begrijpelijk zijn. De rechtbank concludeerde dat de rapportages aan deze voorwaarden voldeden en dat het nalaten van lichamelijk onderzoek niet leidde tot een onvolledig beeld.
Verder oordeelde de rechtbank dat het niet noodzakelijk was een arbeidsdeskundige in te schakelen omdat artikel 29a van de Ziektewet van toepassing is, waarbij de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid medisch van aard is. De rechtbank verwierp de beroepsgronden en bevestigde dat de werkneemster niet arbeidsongeschikt is als direct gevolg van zwangerschap of bevalling, waardoor het beroep ongegrond is verklaard.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de Ziektewet-uitkering bevestigd.