De zaak betreft een beroep van eiser tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning in aanbouw aan een adres te een woonplaats. Verweerder had de waarde voor het belastingjaar 2018 vastgesteld op €167.000,- met een toestandsdatum van 1 januari 2018. Eiser stelde dat de waarde nihil moest zijn omdat de woning toen nog niet gereed of bewoonbaar was.
De rechtbank overweegt dat de WOZ-waarde volgens de Wet WOZ wordt bepaald op de vervangingswaarde bij de toestandsdatum. Verweerder heeft aannemelijk gemaakt dat de woning op de toestandsdatum voor 60% gereed was, wat overeenkomt met de opleveringsdatum in juni 2018. De berekening van de waarde is gebaseerd op de aankoopprijs van de grond en gemiddelde bouwkosten per m2, wat resulteert in een hogere waarde dan de vastgestelde €167.000,-.
Eiser voerde ook aan dat verweerder een te grote gebruiksoppervlakte had gehanteerd, maar de rechtbank concludeert dat verweerder de juiste oppervlakte van 113 m2 heeft gebruikt. De rechtbank acht de uitgangspunten van verweerder aannemelijk en wijst het beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.