ECLI:NL:RBMNE:2021:5143
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarden van woningen en bevestiging van heffingsambtenaar
Eiser is mede-eigenaar van drie woningen waarvan de WOZ-waarden voor het belastingjaar 2020 door de heffingsambtenaar zijn vastgesteld. Tegen deze vaststellingen heeft eiser bezwaar gemaakt, dat door de heffingsambtenaar ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde eiser beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank heeft de zaak behandeld en beoordeeld of de door de heffingsambtenaar gebruikte vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar zijn met de woningen van eiser en of er voldoende rekening is gehouden met verschillen. De woningen verschillen onderling in type, bouwjaar, gebruiksoppervlakte en staat van onderhoud. Eiser stelde onder meer dat de woningen te hoog zijn gewaardeerd vanwege gebreken, onjuiste vergelijkingsobjecten en noodzakelijke aanpassingen.
De rechtbank oordeelt dat de vergelijkingsobjecten passend en voldoende vergelijkbaar zijn en dat de heffingsambtenaar de verschillen adequaat heeft verwerkt in de waardering. Ook de door eiser aangevoerde gebreken en investeringskosten zijn onvoldoende onderbouwd om de waarden te verlagen. De heffingsambtenaar heeft daarmee aan zijn bewijslast voldaan. De beroepen worden ongegrond verklaard en de vastgestelde WOZ-waarden blijven gehandhaafd.
Uitkomst: De beroepen tegen de vastgestelde WOZ-waarden worden ongegrond verklaard en de waarderingen blijven gehandhaafd.