ECLI:NL:RBMNE:2021:5147
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake inzage datalekregister en persoonsgegevens
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het College van Bestuur van de Universiteit om inzage in delen van een datalekregister en rectificatie van zijn werkadres te weigeren. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 27 september 2021 en oordeelde dat het spoedeisend belang onvoldoende was aangetoond.
Verzoeker stelde dat het ontbreken van duidelijkheid over de persoonsgegevens waarop inbreuken zijn gepleegd hem belemmert in het maken van een risicoanalyse en dat hij daardoor reputatieschade lijdt. Daarnaast verwees hij naar lopende juridische procedures waarin deze inbreuken een rol spelen. Verweerder betoogde dat er geen spoedeisend belang was en dat verzoeker misbruik maakte van zijn procesrecht door buitensporig veel procedures te voeren.
De voorzieningenrechter concludeerde dat verzoeker onvoldoende concreet heeft onderbouwd waarom een voorlopige voorziening noodzakelijk is en dat het besluit niet evident onrechtmatig is. Verweerder heeft bovendien toegezegd binnen een week een beslissing op bezwaar te nemen. Het verzoek werd daarom afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening inzake inzage datalekregister en persoonsgegevens is afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en geen evident onrechtmatig besluit.