Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 1 oktober 2021 in de zaak tussen
[maatschap 1] , te [vestigingsplaats] , de maatschap
de Minister voor Medische Zorg, de minister
Procesverloop
.
Overwegingen
theoretischevindbaarheid van een website. Het feitelijke bereik kan bijvoorbeeld worden onderbouwd met het onderzoeken van (de omvang van) het internetverkeer naar de bewuste pagina, het aantal verwijzingen vanaf een zoekmachine of sociale media naar de pagina, het aantal unieke bezoekers en de tijdsduur van elk bezoek. De minister heeft de stelling van de maatschap dat er feitelijk 706 keer is doorgeklikt naar de informatie, wat neerkomt op 3% van de bezoekers van de website, niet betwist. Dit kan er op duiden dat het bereik van de website klein is. Het betoog van de maatschap op dit punt slaagt. Aangezien verweerder onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar het bereik van de reclame kon hij niet in redelijkheid concluderen dat sprake was van een verzwarende omstandigheid. Omdat verweerder ook niet heeft toegelicht onder welke voorwaarden sprake is van een gemiddeld of klein bereik, krijgt de maatschap hier het voordeel van de twijfel. Er is als gevolg hiervan sprake van een verlichtende omstandigheid die volgens de berekening bij stap 4 moet leiden tot een voorlopige verlaging van de boete met 80% van het boete normbedrag tot € 12.000,-.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- herroept het boetebesluit;
- stelt de boete vast op € 9.000,- (zegge: negenduizend euro);
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het bestreden besluit;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van de maatschap tot een bedrag van