ECLI:NL:RBMNE:2021:5179
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontneming na vrijspraak mensenhandel
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 12 oktober 2021 de vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel in een zaak tegen de veroordeelde, die was beschuldigd van mensenhandel.
Tijdens de zitting stelde de officier van justitie zich op het standpunt dat de vordering tot ontneming moest worden afgewezen vanwege de vrijspraak van de veroordeelde voor het ten laste gelegde strafbare feit mensenhandel. De verdediging sloot zich hierbij aan.
De rechtbank oordeelde dat de vrijspraak van mensenhandel de grondslag voor de ontnemingsvordering heeft doen vervallen. Omdat de ontnemingsvordering gebaseerd was op het strafbare feit waarvoor vrijspraak is verleend, kon de vordering niet worden toegewezen.
Daarom wees de rechtbank de vordering tot ontneming af. Het vonnis werd uitgesproken door de meervoudige kamer op 26 oktober 2021 in Utrecht.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming af wegens vrijspraak van mensenhandel.