ECLI:NL:RBMNE:2021:5179

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
26 oktober 2021
Publicatiedatum
26 oktober 2021
Zaaknummer
16/156785-21 (ontneming)
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot ontneming na vrijspraak mensenhandel

De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 12 oktober 2021 de vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel in een zaak tegen de veroordeelde, die was beschuldigd van mensenhandel.

Tijdens de zitting stelde de officier van justitie zich op het standpunt dat de vordering tot ontneming moest worden afgewezen vanwege de vrijspraak van de veroordeelde voor het ten laste gelegde strafbare feit mensenhandel. De verdediging sloot zich hierbij aan.

De rechtbank oordeelde dat de vrijspraak van mensenhandel de grondslag voor de ontnemingsvordering heeft doen vervallen. Omdat de ontnemingsvordering gebaseerd was op het strafbare feit waarvoor vrijspraak is verleend, kon de vordering niet worden toegewezen.

Daarom wees de rechtbank de vordering tot ontneming af. Het vonnis werd uitgesproken door de meervoudige kamer op 26 oktober 2021 in Utrecht.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming af wegens vrijspraak van mensenhandel.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/156785-21 (ontneming)
Vonnis van de meervoudige kamer op de vordering van de officier van justitie tot ontneming
in de zaak tegen
[veroordeelde],
geboren op [1995] te [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] te [woonplaats] ,
hierna te noemen: veroordeelde.

1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

De vordering is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 12 oktober 2021.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en de standpunten van officier van justitie mr. D.M.A. van der Zwan en van hetgeen veroordeelde en mr. W. van Vliet, advocaat te Amsterdam-Duivendrecht, naar voren hebben gebracht.

2.VORDERING

2.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen vanwege vrijspraak voor het aan veroordeelde tenlastegelegde strafbare feit (mensenhandel).
2.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op hetzelfde standpunt gesteld als de officier van justitie.

3.BEOORDELING VAN DE VORDERING

De grondslag en beoordeling van de vordering
De veroordeelde is bij vonnis van 26 oktober 2021 van deze rechtbank vrijgesproken voor mensenhandel. De vordering tot ontneming is gebaseerd op de tenlastegelegde mensenhandel.
Dat veroordeelde in de onderliggende strafzaak is vrijgesproken voor mensenhandel brengt met zich dat de grondslag onder de vordering is komen te vervallen.
De rechtbank zal de vordering daarom afwijzen.

4.BESLISSING

De rechtbank:
- wijst de vordering tot ontneming af.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.H.M. Druijf, voorzitter, mrs. N.P.J. Janssens en A. Bouteibi, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.E. van Wiggen-van der Hoek, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 26 oktober 2021.
Mr. A. Bouteibi en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.