Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 oktober 2021 in de zaak tussen
[verzoekster] uit [woonplaats] , verzoekster
(gemachtigde: S.N. Westmaas-Kanhai)
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoekster had beroep ingesteld tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tot beëindiging van haar Ziektewetuitkering. Na een deskundigenbericht wijzigde het UWV het besluit en zette de uitkering voort, waarna verzoekster het beroep introk en proceskostenvergoeding vroeg.
De rechtbank oordeelde dat het UWV geheel tegemoet was gekomen aan het beroep en daarom veroordeelde zij het UWV tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster. De vergoeding omvatte kosten voor rechtsbijstand en de redelijk geachte kosten voor een ingeschakelde deskundige, vastgesteld op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht en het Besluit tarieven in strafzaken.
De totale proceskostenvergoeding werd vastgesteld op €4.097,50. Daarnaast wees de rechtbank erop dat het griffierecht van €48,- door het UWV vergoed moet worden, waarvoor verzoekster zich rechtstreeks tot het UWV moet wenden.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van €4.097,50.