ECLI:NL:RBMNE:2021:5196
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning IVA-uitkering en proceskostenvergoeding na intrekking beroep
Verzoekster had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar per 28 april 2020 geen Ziektewetuitkering meer toe te kennen. Dit bezwaar werd ongegrond verklaard, waarna verzoekster beroep instelde bij de rechtbank. Vervolgens heeft het UWV op 5 oktober 2021 een nieuw besluit genomen waarin aan verzoekster een IVA-uitkering wordt toegekend met terugwerkende kracht vanaf 14 januari 2019. Naar aanleiding hiervan heeft verzoekster haar beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten.
De rechtbank heeft het verzoek om proceskostenvergoeding behandeld zonder zitting en geoordeeld dat het UWV aan het beroep tegemoet is gekomen. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechtbank in dat geval het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten. De rechtbank heeft de proceskosten vastgesteld op een totaalbedrag van € 2.665,48, bestaande uit kosten voor rechtsbijstand en medische kosten.
Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het UWV verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter Y.N.M. Rijlaarsdam en griffier M.S.D. de Weerd op 27 oktober 2021.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten aan verzoekster van € 2.665,48.