De rechtbank Midden-Nederland behandelde tien bestuursrechtelijke zaken over het plaatsen van digitale reclamevitrines in de binnenstad van Utrecht. In een eerdere tussenuitspraak was vastgesteld dat de motivering van de besluiten onvoldoende was, met name vanwege het ontbreken van maatwerktoetsen voor de locaties.
Het college van burgemeester en wethouders heeft vervolgens aanvullende motiveringen per locatie verstrekt. De rechtbank oordeelt dat het motiveringsgebrek voor negen van de tien locaties is hersteld, omdat het college diverse gemeentelijke disciplines heeft betrokken bij de beoordeling en de locaties in hoogdynamische gebieden liggen. Voor één locatie is het gebrek niet hersteld, omdat het college onvoldoende is ingegaan op specifieke bezwaren over de zichtbaarheid vanuit een tunnel.
De rechtbank vernietigt daarom alle tien besluiten, maar laat de rechtsgevolgen van de negen besluiten in stand. Voor de locatie waar het gebrek niet is hersteld, moet het college binnen zes weken een nieuw besluit nemen. Daarnaast veroordeelt de rechtbank het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan de Stichting die het beroep instelde.