Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- een e-mailbericht van verzoeker van 30 september 2021 met als bijlage het wrakingsverzoek gericht tegen mr. M. Eversteijn (het eerste wrakingsverzoek);
- een e-mailbericht van verzoeker van 1 oktober 2021 met daarin het verzoek aan de wrakingskamer om het proces-verbaal van de zitting van 14 september 2021 en een beschikking van de Belastingdienst aan hem te verstrekken;
- een e-mailbericht van verzoeker van 4 oktober 2021;
- een e-mailbericht van verzoeker van 5 oktober 2021;
- een e-mailbericht van verzoeker van 5 oktober 2021;
- de schriftelijke reactie van mr. M. Eversteijn van 5 oktober 2021;
- een e-mailbericht van verzoeker van 6 oktober 2021;
- een e-mailbericht van verzoeker van 6 oktober 2021;
- een e-mailbericht van verzoeker van 8 oktober 2021;
- een e-mailbericht van verzoeker van 8 oktober 2021 met daarin onder meer het verzoek tot uitstel van de zitting van de wrakingskamer;
- een e-mail van het secretariaat van de wrakingskamer van 11 oktober 2021 met daarin de mededeling dat de wrakingskamer het verzoek tot uitstel afwijst. Als bijlage bij deze e-mail is het proces-verbaal van de zitting van 14 september 2021 bijgevoegd;
- een e-mailbericht van verzoeker van 11 oktober 2021 met daarin een wrakingsverzoek gericht tegen de wrakingskamer (het tweede wrakingsverzoek);
- een e-mail van het secretariaat van de wrakingskamer van 12 oktober 2021 om 09.54 uur met daarin de mededeling dat de wrakingskamer het tweede wrakingsverzoek buiten behandeling laat en dat de zitting doorgang zal vinden;
- een e-mail van verzoeker van 12 oktober 2021 om 11.17 uur waarin hij meedeelt te persisteren in het wrakingsverzoek van de wrakingskamer;
- een e-mail van verzoeker van 12 oktober 2021 om 11.35 uur waarin hij vraagt wanneer zijn ingediende klacht wordt behandeld.