ECLI:NL:RBMNE:2021:5217
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verjaring bevoegdheid invordering dwangsommen bij beëindigde overtreding
Eisers maakten bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Montfoort om niet over te gaan tot het innen van verbeurde dwangsommen die waren opgelegd aan eigenaar [A] van een perceel met een schuur waarin woonvoorzieningen waren gerealiseerd zonder vergunning.
Het dwangsombesluit van 9 augustus 2019 legde een termijn van tien weken op om de voorzieningen te verwijderen, met een dwangsom van €6.667 per week tot een maximum van €20.000. Na controle in februari 2020 werd vastgesteld dat de voorzieningen waren verwijderd en geen dwangsommen waren verbeurd. Eisers betwistten dit en vroegen alsnog inning van de dwangsommen.
De rechtbank oordeelt dat de bevoegdheid tot invordering van de dwangsom verjaard is, omdat de begunstigingstermijn eindigde op 19 oktober 2019 en de maximale dwangsom op 9 november 2019 was verbeurd. De invorderingsbevoegdheid verjaart een jaar na verbeuren, dus op 9 november 2020. Verweerder heeft geen stuitingshandelingen verricht en het handhavingstraject was niet verlengd. Daarom was verweerder ten tijde van het bestreden besluit niet meer bevoegd tot invordering.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en geeft geen oordeel over de vraag of de overtreding al dan niet is beëindigd. Het verzoek om handhavend op te treden wordt in een aparte procedure behandeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond omdat de bevoegdheid tot invordering van de dwangsom is verjaard.