ECLI:NL:RBMNE:2021:5219
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Verklaring Omtrent het Gedrag voor taxichauffeur na veroordeling voor medeplegen schuldwitwassen
Eiser vroeg op 4 januari 2021 een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aan om als taxichauffeur te kunnen werken. Verweerder wees de aanvraag af vanwege een veroordeling tot 12 maanden gevangenisstraf voor medeplegen schuldwitwassen, gepleegd op 5 augustus 2020. Eiser betwistte dat het objectieve criterium voor afwijzing werd voldaan en voerde aan dat het risico voor de samenleving gering is omdat het om een schulddelict zou gaan en het delict losstaat van de functie.
De rechtbank oordeelde dat er wel degelijk een relatie bestaat tussen het strafbare feit en de functie van taxichauffeur, omdat het vervoeren van geld dat met witwassen is verkregen een risico vormt voor de veiligheid van passagiers. Bovendien is eiser inmiddels door het gerechtshof veroordeeld voor een opzetdelict, waardoor het risico groter is. Bij de beoordeling van het subjectieve criterium woog verweerder het risico voor de samenleving zwaarder dan het belang van eiser, mede vanwege de korte periode sinds zijn detentie.
De rechtbank concludeerde dat de afwijzing van de VOG terecht is en dat resocialisatie ook in een andere baan kan plaatsvinden. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de VOG-aanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege het risico voor de samenleving.