ECLI:NL:RBMNE:2021:5223

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
25 oktober 2021
Publicatiedatum
28 oktober 2021
Zaaknummer
16/097871-21
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 310 SrArt. 311 lid 1 sub 4 SrArt. 311 lid 1 sub 5 SrArt. 11 lid 2 OpiumwetArt. 3 Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak woninginbraak en bezit hennep wegens onvoldoende bewijs

Op 25 oktober 2021 heeft de rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van woninginbraak en bezit van een grote hoeveelheid hennep op 9 april 2021. De officier van justitie en de verdediging verzochten beiden om vrijspraak.

De rechtbank heeft eerst vastgesteld dat aan alle procesrechtelijke voorwaarden was voldaan, waaronder de geldigheid van de dagvaarding en de bevoegdheid van de rechtbank. Vervolgens heeft de rechtbank het bewijs onderzocht, waaronder een getuigenverklaring die verdachte als bestuurder van een auto koppelde aan de inbraak.

Desondanks vond de rechtbank het dossier onvoldoende om de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen te verklaren. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van zowel de woninginbraak waarbij hennep, sieraden en een luchtdrukwapen zouden zijn weggenomen, als het bezit van meer dan 5000 gram hennep.

De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer onder voorzitterschap van mr. A. Maas, met mr. N.M. Spelt en mr. P.M. Leijten als rechters.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van woninginbraak en bezit van hennep wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16-097871-21 (P)
Vonnis van de meervoudige kamer van 25 oktober 2021
in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren op [1992] te [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] te [woonplaats] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. C.J. Booij en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. L.C. de Lange, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.

2.TENLASTELEGGING

De officier van justitie verdenkt verdachte ervan dat hij betrokken is geweest bij twee strafbare feiten. Deze verdenkingen staan beschreven in de tenlastelegging, die als bijlage is opgenomen in dit vonnis.
Kort gezegd verdenkt de officier van justitie verdachte ervan dat hij
1. op 9 april 2021 in Amersfoort, samen met anderen, heeft ingebroken in het huis van [A] , waarbij hennep, sieraden en een luchtdrukwapen zijn weggenomen.
2. op 9 april 2021 in Amersfoort en/of Hoogland 5007,72 gram hennep in bezit heeft gehad.

3.VOORVRAGEN

Voordat de rechtbank een inhoudelijke beslissing kan nemen in de zaak tegen verdachte, moet zij eerst kijken of aan de in de wet gestelde voorvragen is voldaan. Dat is het geval: de dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd om deze zaak te beoordelen, de officier van justitie mag verdachte vervolgen en er zijn geen redenen om de vervolging uit te stellen.

4.VRIJSPRAAK

3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie vordert verdachte vrij te spreken van de ten laste gelegde feiten.
3.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman verzoekt verdachte vrij te spreken van de ten laste gelegde feiten.
3.3
Het oordeel van de rechtbank
Hoewel er aanwijzingen zijn dat verdachte betrokken was bij het ten laste gelegde (er is een getuige die de auto waarvan verdachte bestuurder was aan de gepleegde inbraak verbindt), is de rechtbank van oordeel dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat om tot een bewezenverklaring te kunnen komen van voornoemde ten laste gelegde feiten. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken.

5.BESLISSING

De rechtbank:
Vrijspraak
- verklaart het onder 1 en onder 2 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Maas, voorzitter, mrs. N.M. Spelt en P.M. Leijten, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.A. Chanier, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 25 oktober 2021.
Bijlage: de tenlastelegging
Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:
1. hij op of omstreeks 9 april 2021 te [woonplaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, uit een woning (gelegen aan de [adres] ) een hoeveelheid hennep en/of een of meerdere sieraden (twee ringen, een ketting en/of een armband, allen zilver) en/of een luchtdrukwapen, althans enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [A] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;
(art 310 Wetboek Pro van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf Pro/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art
311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht)
2. hij op of omstreeks 9 april 2021 te Amersfoort en/of te Hoogland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig een hoeveelheid van 5007,72 gram hennep in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hasjiesj en/of hennep (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
(art 11 lid 2 Opiumwet Pro, art 3 ahf Pro/ond C Opiumwet, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek
van Strafrecht)