ECLI:NL:RBMNE:2021:5231
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om vergoeding van proceskosten in beroep toegewezen in kinderopvangtoeslagzaak
Verzoekster vroeg op 12 december 2019 herziening van haar recht op kinderopvangtoeslag voor de jaren 2013 en 2014. Omdat verweerder niet tijdig besliste, stelde verzoekster op 15 juli 2020 beroep in bij de rechtbank. Verweerder nam op 14 oktober 2020 alsnog een besluit, waarop het beroep mede betrekking had.
Later, op 20 april 2021 en 26 juli 2021, kwam verweerder terug op het besluit van oktober 2020 en kwam hij tegemoet aan het verzoek van verzoekster. Hierdoor trok verzoekster het beroep in en vroeg zij vergoeding van haar proceskosten in zowel bezwaar- als beroepsfase.
De rechtbank oordeelde dat vergoeding van proceskosten in de beroepsfase terecht was, omdat verweerder geen bezwaar had tegen betaling. Voor de bezwaarprocedure was geen vergoeding mogelijk, omdat geen bezwaarprocedure was gevoerd. De rechtbank stelde de proceskostenvergoeding vast op € 748,- en veroordeelde verweerder tot betaling hiervan.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van € 748,- aan proceskosten van verzoekster in de beroepsfase.