ECLI:NL:RBMNE:2021:5236

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
28 oktober 2021
Publicatiedatum
28 oktober 2021
Zaaknummer
UTR 21/3891 en UTR 21/3892
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:5 AwbArt. 8:86 AwbArt. 1 Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraakArt. 2.27 Wabo
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdverklaring beroep tegen verklaring van geen bedenkingen voor hotelbouw

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad om een verklaring van geen bedenkingen af te geven voor de bouw van een hotel aan een adres in Amersfoort. Tevens is een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Tijdens de zitting op 28 oktober 2021 heeft de voorzieningenrechter direct uitspraak gedaan.

De voorzieningenrechter oordeelt dat op grond van artikel 8:5 Awb Pro en de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak alleen het college, als bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning waarop de verklaring betrekking heeft, beroep kan instellen tegen het bestreden besluit. Verzoekster is niet bevoegd beroep in te stellen. De publicatie waarop verzoekster zich beroept, betreft de omgevingsvergunning en niet de verklaring van geen bedenkingen.

Daarom verklaart de voorzieningenrechter zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: UTR 21/3891 en UTR 21/3892
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 28 oktober 2021 op het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoekster], te [vestigingsplaats], verzoekster

(gemachtigde: mr. J. Witvoet),
en

de gemeenteraad van de gemeente Amersfoort, verweerder.

(gemachtigde: mr. drs. H. Maaijen)
Als derde-partij hebben aan het geding deelgenomen:
[derde partij],
[derde partij]en
[derde partij]
(gemachtigde: mr. R. Molenaar Wingens)

Inleiding

1. In het besluit van 13 juli 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder een verklaring van geen bedenkingen afgegeven aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort (hierna: het college) voor de bouw van een hotel aan de [adres] in [woonplaats]. Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Daarnaast heeft zij de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2. Het beroep en het verzoek zijn gelijktijdig op 28 oktober 2021 op een zitting bij de rechtbank behandeld. Verzoekster is op de zitting vertegenwoordigd door haar directeur, [directeur 1], en haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigden door zijn gemachtigde. Derde-partij heeft zich laten vertegenwoordigen door haar directeur, [directeur 2], en door haar adviseur, [adviseur], bijgestaan door de gemachtigde. Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
 verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep;
 wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Overwegingen

3. Als nader onderzoek naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet kan bijdragen aan de beoordeling van het beroep kan de voorzieningenrechter niet alleen uitspraak doen op het verzoek om een voorlopige voorziening, maar ook meteen op het beroep. Die mogelijkheid wordt geboden in artikel 8:86 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De voorzieningenrechter ziet daar in deze zaak aanleiding toe. Verzoekster heeft aangevoerd dat zij haar beroep nog nader wil onderbouwen. Omdat in deze zaak allereerst de vraag voorligt of er beroep openstaat voor verzoekster tegen het bestreden besluit, ziet de voorzieningenrechter ondanks deze bezwaren aanleiding om meteen uitspraak te doen op het beroep.
4. Ingevolge artikel 8:5, eerste lid, van de Awb kan geen beroep worden ingesteld tegen een besluit als bedoeld in artikel 1 van Pro de bij deze wet behorende Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak (bijlage 2 bij de Awb). In artikel 1 van Pro deze bijlage is bepaald dat tegen een besluit als bedoeld in artikel 2.27 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) slechts beroep kan worden ingesteld door het gezag dat bevoegd is ten aanzien van de beschikking waarop de verklaring betrekking heeft. Een besluit als bedoeld in artikel 2.27, eerste lid, van de Wabo is een verklaring van geen bedenkingen, zoals het bestreden besluit in deze zaak.
5. Gelet op deze artikelen staat alleen voor het college beroep open tegen het bestreden besluit. Het college is immers het bevoegd gezag ten aanzien van de omgevingsvergunning waarop het bestreden besluit betrekking heeft. Het beroep is ingesteld door verzoekster. Dat betekent dat de voorzieningenrechter niet bevoegd is om van het beroep kennis te nemen.
6. Verzoekster ziet in de publicatie van 18 augustus 2021 een uitnodiging van de gemeente Amersfoort om beroep in te stellen tegen de verklaring van geen bedenkingen. De voorzieningenrechter kan dat niet volgen, want deze publicatie heeft betrekking op de verleende omgevingsvergunning van 21 juli 2021 en niet op het bestreden besluit. Voor zover verzoekster de voorzieningenrechter heeft gevraagd om haar beroep op te vatten als mede gericht tegen de omgevingsvergunning, volgt de voorzieningenrechter verzoekster evenmin. Zowel in haar beroep als verzoek verwijst verzoekster expliciet naar het bestreden besluit, en zij heeft in beide gevallen een kopie van dit besluit bijgevoegd. Bovendien is de omgevingsvergunning verleend door het college, en niet door verweerder.
7. Gelet hierop verklaart de voorzieningenrechter zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep. Omdat het beroep van verzoekster daarmee finaal is afgedaan, bestaat er geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek wordt daarom afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
8. Op de zitting heeft de voorzieningenrechter partijen gewezen op de mogelijkheid om tegen deze uitspraak in hoger beroep te komen. Dat kan op de manier zoals onderaan dit procesverbaal staat omschreven.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. van der Linde, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. N.K. de Bruin, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2021.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u daartegen, voor zover daarin is beslist op het beroep, binnen zes weken na de dag waarop het proces-verbaal van deze uitspraak is verzonden hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het proces-verbaal van deze uitspraak is verzonden op de stempeldatum die hierboven staat.