ECLI:NL:RBMNE:2021:5245
Rechtbank Midden-Nederland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen besluit kinderopvangtoeslag: vaststelling hogere tegemoetkoming wegens onevenredig nadeel
Eiseres ontving op grond van een besluit van 30 juni 2020 een tegemoetkoming van € 1.393,- voor de eigen bijdrage kinderopvang. Tegen het besluit van 21 september 2020, waarin bezwaar ongegrond werd verklaard, stelde eiseres beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken van 28 juli 2021 waarin is geoordeeld dat artikel 5 van Pro de Tijdelijke tegemoetkomingsregeling KO onevenredig nadeel veroorzaakt wanneer de tegemoetkoming substantieel afwijkt van het bedrag waarop recht zou bestaan zonder peildatum. Eiseres heeft meer uren kinderopvang afgenomen dan op de peildatum bekend was, wat leidt tot een hogere vergoeding van € 2.143,-.
De rechtbank oordeelt dat het toepassen van artikel 5 in Pro dit geval in strijd is met het evenredigheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel, mede vanwege concrete mededelingen van bewindslieden aan ouders. Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, het primaire besluit herroepen en de tegemoetkoming vastgesteld op € 2.143,-. Tevens wordt verweerder opgedragen het griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de tegemoetkoming voor kinderopvang wordt vastgesteld op € 2.143,-.