ECLI:NL:RBMNE:2021:5256
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij terugvordering WW-uitkering
Verzoeker ontving te veel WW-uitkering over de periode van 16 juni 2019 tot en met 31 augustus 2019 doordat de Ziektewetuitkering niet was meegenomen. Het UWV herzag de uitkering en vorderde €3.578,67 terug. Verzoeker maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het besluit. Na een eerdere niet-ontvankelijkverklaring werd het verzoek om voorlopige voorziening opnieuw in behandeling genomen.
De voorzieningenrechter beoordeelde het spoedeisend belang van het verzoek. Omdat het UWV het terugvorderingsbedrag voorlopig niet invordert en verzoeker niet heeft gereageerd op verzoek om nadere onderbouwing, is geen sprake van onomkeerbare omstandigheden of noodsituatie. Het verzoek kan alleen worden toegewezen indien het besluit evident onrechtmatig is, hetgeen niet aannemelijk is op basis van de dossierstukken.
Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De beroepsprocedure tegen het besluit wordt voortgezet. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en het niet evident onrechtmatig zijn van het UWV-besluit.