Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin haar arbeidsongeschiktheid op 42,2% werd vastgesteld en haar recht op een WIA-uitkering werd toegekend. Zij stelde dat haar beperkingen onvoldoende waren meegewogen en dat zij voor 80-100% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij de verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen de beperkingen adequaat hadden vastgesteld.
De primaire verzekeringsarts had PTSS, een paniekstoornis en sociale fobie vastgesteld en deze vertaald naar functionele beperkingen in de functionele mogelijkhedenlijst. Eiseres had geen aanvullende medische informatie verstrekt ondanks verzoeken daartoe. De arbeidsdeskundige had passende functies geselecteerd die aansluiten bij de beperkingen, wat leidde tot de conclusie van 42,2% arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank vond geen aanleiding om de medische en arbeidskundige beoordelingen te verwerpen. Het beroep van eiseres werd daarom ongegrond verklaard. Daarnaast werd het beroep tegen de duur van de loongerelateerde WGA-uitkering ingetrokken. De uitspraak bevestigt dat het UWV-besluit zorgvuldig en op juiste gronden is genomen.