ECLI:NL:RBMNE:2021:5271
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde vrijstaande woning te Utrecht
Eiser betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres te Utrecht, vastgesteld op € 843.000,- voor het belastingjaar 2020 met waardepeildatum 1 januari 2019. Verweerder handhaaft deze waarde na bezwaar en onderbouwt deze met een taxatiematrix waarin de woning wordt vergeleken met vier referentiewoningen.
De rechtbank beoordeelt dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. De vergelijkingsmethode is correct toegepast, waarbij rekening is gehouden met verschillen in woonoppervlakte, kavelgrootte, staat van onderhoud en voorzieningen. De door eiser aangevoerde bezwaren, zoals het ontbreken van een wortelformule bij de omrekening van vierkantemeterprijzen en vermeende verkeerde indexering van een referentiewoning, worden verworpen.
Ook de kritiek op de bruikbaarheid van een referentiewoning die meer dan een jaar voor de waardepeildatum is verkocht en het gastenverblijf op dat perceel worden niet gevolgd. Verweerder heeft toegelicht dat hiermee rekening is gehouden. Verder is het aan verweerder om de meest vergelijkbare referentiewoningen te kiezen, wat in deze zaak zorgvuldig is gebeurd.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling of vergoeding van griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter J.J. Catsburg op 27 oktober 2021 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 843.000,- wordt ongegrond verklaard.