Eiser diende op 30 december 2020 een bezwaarschrift in bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Blaricum. Volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moest verweerder binnen twaalf weken, vanwege de betrokkenheid van een adviescommissie, op het bezwaar beslissen. Verweerder heeft echter niet binnen deze termijn een besluit genomen.
Eiser stelde verweerder vervolgens in gebreke om alsnog binnen twee weken te beslissen, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder niet tijdig heeft beslist. De rechtbank stelt de dwangsom vast op €1.442,- voor de periode van 21 april tot 1 juni 2021 en legt een aanvullende dwangsom van €100,- per dag op voor iedere dag dat de beslissing na de uitspraak nog uitblijft, met een maximum van €15.000.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van het griffierecht en een proceskostenvergoeding van €374,- aan eiser, aangezien eiser een professionele gemachtigde inschakelde en het beroep uitsluitend ging over de overschrijding van de beslistermijn.
Verweerder wordt opgedragen binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen en griffier M. Bos op 27 september 2021.