Eiseres maakte bezwaar tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen waarin haar WAZO-uitkering werd geweigerd. Het bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend. Het besluit was bekendgemaakt op 25 augustus 2020, terwijl het bezwaarschrift pas op 16 februari 2021 werd ontvangen, ruim na de zes weken termijn.
Eiseres voerde aan dat haar zwangerschap en ziekte haar verhinderden tijdig bezwaar te maken en dat haar advocaat haar niet had geïnformeerd over de termijn. De rechtbank erkent de persoonlijke omstandigheden, maar stelt dat dit geen geldige reden is voor de termijnoverschrijding. Jurisprudentie vereist dat iemand in geval van ziekte tijdig een ander inschakelt om bezwaar te maken.
De rechtbank benadrukt dat de termijn voor het indienen van bezwaar een fatale termijn van openbare orde is, die niet kan worden verlengd. Ook onjuiste informatie door een advocaat leidt niet tot een geldige reden voor overschrijding. De overige beroepsgronden die zien op het primaire besluit worden niet inhoudelijk beoordeeld omdat het bezwaar niet-ontvankelijk is verklaard.
Daarom wordt het beroep ongegrond verklaard en krijgt eiseres geen proceskostenvergoeding.