ECLI:NL:RBMNE:2021:5289

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
27 september 2021
Publicatiedatum
2 november 2021
Zaaknummer
UTR 21 / 1258, UTR 21 / 1259 en UTR 21 / 1260
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-betaling griffierecht

Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft het beroep van eiser tegen een besluit van de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en Hoogheemraadschap Utrecht. De rechtbank behandelt het beroep niet inhoudelijk omdat eiser het griffierecht van €49,- niet volledig heeft voldaan.

Eiser heeft meerdere malen een beroep gedaan op betalingsonmacht en verzocht om uitstel van betaling. Deze verzoeken werden ondersteund door brieven van rechtbanken en een draagkrachtverklaring van een vennootschap, maar de rechtbank oordeelde dat deze onderbouwing onvoldoende was, mede omdat de financiële positie van eiser zelf niet was toegelicht.

De rechtbank heeft eiser vervolgens aangetekend verzocht het griffierecht binnen vier weken te betalen, maar dit is niet volledig gebeurd. Op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht verklaart de rechtbank het beroep daarom niet-ontvankelijk en behandelt de zaak niet inhoudelijk. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: UTR 21 / 1258, UTR 21 / 1259 en UTR 21 / 1260

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 september 2021 in de zaak tussen

[eiser], eiser,

(gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels MRE),
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en Hoogheemraadschap Utrecht,verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het besluit van verweerder van
23 februari 2021.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 49,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
4. Bij brief van 11 mei 2021 is door de gemachtigde een beroep op betalingsonmacht gedaan en verzocht om uitstel van het betalen van griffierecht. Ter onderbouwing hiervan heeft hij verschillende brieven van rechtbanken en een draagkrachtverklaring van zijn vennootschap [naam] overlegd. Dit verzoek is naar het oordeel van de rechtbank terecht bij brief van 24 juni 2021 afgewezen. Aangezien gemachtigde namens eiser beroep heeft ingesteld, is de financiële positie van eiser van belang. Een onderbouwing daarvan is achterwege gebleven.
5. Eiser heeft bij brieven van 19 juli 2021 wederom een beroep op betalingsonmacht gedaan en verzocht om uitstel van het betalen van griffierecht. Deze brieven waren nagenoeg identiek aan de brief van 11 mei 2021, zodat de rechtbank kan volstaan met een verwijzing naar hetgeen hiervoor is overwogen.
6. Vervolgens heeft de rechtbank eiser op 8 juli 2021 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiser het griffierecht van € 49,- binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank. Verder is vermeld dat het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard als het griffierecht niet op tijd wordt betaald. De rechtbank heeft via Track&trace van PostNL vastgesteld dat de brief van 8 juli 2021 door of namens gemachtigde van eiser is opgehaald bij het PostNL-punt op 10 juli 2021.
7. Eiser heeft dus niet het gehele verschuldigde bedrag van € 49,- binnen de termijn voldaan.
8. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 van Pro de Awb). Het beroep zal daarom niet inhoudelijk worden behandeld.
9. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van M. Bos, griffier. De beslissing is uitgesproken op 27 september 2021 en wordt openbaar gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.