ECLI:NL:RBMNE:2021:5292

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
30 september 2021
Publicatiedatum
2 november 2021
Zaaknummer
UTR 21 / 2546
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 3:41 AwbArt. 7:3 AwbArt. 8 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding tegen besluit omgevingsvergunning

Eiseres maakte bezwaar tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vijfheerenlanden van 17 mei 2021. Het bezwaar werd echter te laat ingediend, namelijk op 9 april 2021, terwijl de termijn uiterlijk op 8 april 2021 eindigde. Eiseres voerde aan dat zij door het ontbreken van stukken niet tijdig bezwaar kon maken en dat de termijn verkeerd was berekend op basis van de kennisgeving van het besluit.

De rechtbank oordeelde dat de termijn aanvangt op de datum van bekendmaking van het besluit aan de aanvrager, namelijk 25 februari 2021, en niet op de datum van kennisgeving (1 maart 2021). Hierdoor was het bezwaar te laat. De rechtbank vond dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was, omdat eiseres zelf verantwoordelijk was voor tijdige indiening, ook indien stukken ontbraken.

Verder stelde de rechtbank vast dat de hoorplicht niet was geschonden, omdat het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard en daardoor geen zitting noodzakelijk was. Ook werd geoordeeld dat er geen schending was van artikel 8 EVRM Pro, omdat de bezwaarprocedure en termijnen op correcte wijze waren medegedeeld.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde daarmee de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar wegens overschrijding van de termijn.

Uitkomst: Het bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en het beroep is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21 / 2546

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 september 2021 in de zaak tussen

[eiseres] , te [vestigingsplaats] , eiseres,

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vijfheerenlanden, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het besluit van verweerder van 17 mei 2021.

Overwegingen

1.De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Een bezwaarschrift moet worden ingediend binnen zes weken nadat het besluit bekend is gemaakt (artikelen 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). In artikel 3:41 van Pro de Awb staat hoe dat bekendmaken gebeurt. In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 25 februari 2021. Het bezwaarschrift had dus uiterlijk op 8 april 2021 door verweerder ontvangen moeten zijn. Verweerder heeft het bezwaarschrift ontvangen op 9 april 2021. Dat is dus te laat. De hoofdregel is dan dat verweerder het bezwaar niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het bezwaarschrift te laat is ingediend. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
3. Eiseres zegt dat hij te laat was omdat hij stukken miste waardoor hij geen bezwaar kon maken. Zelfs na herhaaldelijk bezoek heeft verweerder geen stukken opgestuurd aan eiseres. Eiseres heeft vervolgens wel stukken ontvangen van verweerder, maar deze waren onvolledig. Verder is eiseres uitgegaan van de datum van de bekendmaking van het besluit. Dat was op 1 maart 2021 en de bezwaartermijn zou dan lopen tot 12 april 2021. Verweerder gaat uit van de start van de bezwaartermijn op grond van artikel 6:8 van Pro de Awb. Hier heeft de bezwaarcommissie niets over gezegd. Dat de gemeente het bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaart terwijl eiseres maar één dag te laat is zou leiden tot het ontnemen van het recht van een burger om bezwaar te maken. Daarnaast is eiseres ook niet uitgenodigd op een hoorzitting om haar bezwaarschrift te onderbouwen. Tot slot voert eiseres aan dat het niet-ontvankelijkheid verklaren van haar bezwaarschrift leidt tot een schending van artikel 8 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).
5. De rechtbank is het niet eens met eiseres. De kennisgeving van het besluit van 25 februari 2021 aan eiseres is gebeurd op 1 maart 2021. De kennisgeving van 1 maart 2021 is enkel een mededeling van het besluit van 25 februari 2021. Dit is niet de bekendmaking van het besluit als bedoeld in artikel 3:41 van Pro de Awb. Het besluit is namelijk per toezending aan de aanvrager van de omgevingsvergunning bekendgemaakt. De datum van de bekendmaking van het besluit aan de aanvrager is leidend voor de aanvang van de bezwaartermijn en niet de datum van de kennisgeving van het besluit. Dit betekent dat de bezwaartermijn is aangevangen op 26 februari 2021 en is afgelopen op 9 april 2021.
7. Aangezien het bezwaar van eiseres nadien is ingediend, is het te laat. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de termijnoverschrijding terecht niet verschoonbaar heeft geacht. De rechtbank ziet niet in waarom eiseres niet voor afloop van de bezwaartermijn een bezwaarschrift had kunnen indienen. De omstandigheid dat eiseres bepaalde stukken niet heeft ontvangen maakt dat niet anders. Het is de verantwoordelijkheid van eiseres zelf om binnen de termijn van zes weken bezwaar in te dienen, of dat voor haar te laten doen, zo nodig op nader aan te voeren gronden (pro forma).
8. De rechtbank stelt vast dat de hoorplicht niet is geschonden. Het bezwaarschrift was zonder goede reden te laat ingediend en verweerder kon dan ook niet anders dan het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren waardoor van een zitting kon worden afgezien (art. 7:3 van Pro de Awb).
8. Tot slot is de rechtbank van oordeel dat het beroep van eiseres op de schending van artikel 8 van Pro het EVRM niet slaagt. Verweerder heeft in het bestreden besluit en de kennisgeving van het besluit op correcte wijze de mogelijkheid van bezwaar vermeld, zodat duidelijk was hoe en binnen welke termijn bezwaar had kunnen worden gemaakt. Eiseres wist dus waar ze aan toe was en heeft ook voldoende tijd gehad om bezwaar te maken. Van een beperking als bedoeld in artikel 8 EVRM Pro is dus geen sprake.
9. Verweerder heeft dus terecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is daarom kennelijk ongegrond (artikel 8:54 van Pro de Awb).

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van M. Bos, griffier. De beslissing is uitgesproken op 30 september 2021 en zal openbaar worden gemaakt dor publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.