Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) van 14 oktober 2020, waarbij hij bezwaar maakte tegen de vaststelling van zijn arbeidsverleden. Het bezwaarschrift werd echter pas op 23 december 2020 ontvangen, terwijl de termijn zes weken na bekendmaking op 25 november 2020 eindigde.
Eiser voerde aan dat hij binnen de termijn telefonisch contact had gehad met verweerder en dat hem was medegedeeld dat een onderzoek was gestart, waardoor hij vertrouwde dat zijn bezwaar in behandeling was. Hij stelde dat het UWV had verzuimd hem te informeren over de noodzaak van een formeel bezwaarschrift, en beriep zich op het vertrouwensbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat een bezwaarschrift schriftelijk moet worden ingediend en dat telefonisch contact dit niet vervangt. Bovendien was er geen ondubbelzinnige verklaring door een bevoegd persoon die het vertrouwen van eiser rechtvaardigde dat een formeel bezwaar niet nodig was. Eiser had ook niet aannemelijk gemaakt dat hij niet in staat was tijdig een (pro-forma) bezwaarschrift in te dienen.
De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift is van openbare orde en kan niet worden verlengd zonder verschoonbare omstandigheden. Daarom was het bezwaar niet-ontvankelijk en werd het beroep ongegrond verklaard. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.