Verzoeker ontving een brief waarin werd meegedeeld dat hij vanaf 1 mei 2021 een lening van €7.490,80, verstrekt door DUO voor inburgering, moest terugbetalen. De maandelijkse aflossing bedroeg €62,42. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door verweerder gedeeltelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk ongegrond werd verklaard. Hiertegen stelde verzoeker beroep in bij de rechtbank.
Tijdens de behandeling van het beroep op 6 september 2021 kon verzoeker niet deelnemen aan de zitting vanwege technische problemen en de afstand tot de tolk. De rechtbank besloot de behandeling te schorsen. Vervolgens trok verweerder het bestreden besluit op 20 september 2021 in, omdat de inburgeringstermijn werd verlengd en verzoeker tijdig zou zijn ingeburgerd. Hierdoor werd de lening kwijtgescholden.
Naar aanleiding van de intrekking trok verzoeker het beroep in en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten. De rechtbank oordeelde dat verweerder volledig aan het verzoek van verzoeker had voldaan en veroordeelde verweerder tot betaling van €1.496,- aan proceskosten, inclusief het griffierecht van €49,-.