Eiser is eigenaar van een legakker in de Vinkeveense Plassen waar hij een tuinhuis en steiger heeft (her)gebouwd zonder omgevingsvergunning. De gemeente legde een last onder dwangsom op om de overtreding te beëindigen. Eiser maakte bezwaar en stelde dat het overgangsrecht van toepassing is, omdat het tuinhuis al sinds 1960 aanwezig is en slechts gedeeltelijk vernieuwd.
De rechtbank overweegt dat het college onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de overgangsrechtelijke bescherming en dat de opgelegde last onder dwangsom onevenredig is. Het college had eerst moeten nagaan of het bestaande bouwwerk gedeeltelijk vernieuwd is en of het overgangsrecht van toepassing is, en daarna in overleg met eiser moeten treden om tot een minder vergaande handhaving te komen.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt het college op binnen acht weken een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen, waarbij de belangen van eiser en de proportionaliteit van handhaving in acht worden genomen. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan eiser vergoed.