ECLI:NL:RBMNE:2021:5351
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling lagere WOZ-waarde woning na beroep gegrond verklaard
De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van de woning aan de [adres 1] te [woonplaats] voor het belastingjaar 2020 vast op €442.000 naar waardepeildatum 1 januari 2019. Eiser maakte bezwaar tegen deze waarde en stelde een lagere waarde van €399.000 voor, ondersteund door een taxatierapport met een taxatiematrix.
De rechtbank oordeelde dat de door verweerder gehanteerde waarde per m2 hoger was dan die van de referentiewoningen, terwijl een correctie op een verkeerde kaveloppervlakte in de taxatiematrix van verweerder een nog lagere waarde per m2 opleverde. Verweerder slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de vastgestelde waarde niet te hoog was.
De rechtbank stelde vast dat eiser met zijn taxatiematrix aannemelijk had gemaakt dat de lagere waarde van €399.000 correct was, waarbij rekening was gehouden met verschillen in gebruiks- en perceeloppervlakte tussen de woning en referentiewoningen. Verweerder betwistte de matrix niet inhoudelijk.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd en de WOZ-waarde vastgesteld op €399.000. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vermindering van de aanslag onroerendezaakbelastingen, vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten van eiser.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op €399.000 en de aanslag onroerendezaakbelastingen wordt dienovereenkomstig verminderd.