ECLI:NL:RBMNE:2021:5370
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging onvolledige uitspraak bezwaar en vergoeding immateriële schade bij WOZ-aanslagen
Eiser betwistte de WOZ-waarde en daarop gebaseerde aanslagen voor het belastingjaar 2019 van een bedrijfsgedeelte achter zijn woning. Verweerder had het bezwaar deels gegrond verklaard en enkele aanslagen vernietigd, maar liet de aanslag rioolheffing buiten beschouwing. De rechtbank stelde vast dat de uitspraak op bezwaar onvolledig was omdat niet op alle aanslagen was beslist.
De rechtbank vernietigde daarom de bestreden uitspraak voor zover deze niet op het bezwaar tegen de rioolheffing aanslag had beslist en vernietigde deze aanslag zelf. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan eiser, waarbij een wegingsfactor van 0,5 werd gehanteerd omdat het geschil van licht gewicht was.
Daarnaast kende de rechtbank een immateriële schadevergoeding toe van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn voor de behandeling van bezwaar en beroep, waarbij de overschrijding volledig aan verweerder werd toegerekend. De rechtbank besloot dat een afzonderlijke proceskostenvergoeding voor de immateriële schade niet nodig was.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de onvolledige uitspraak op bezwaar en de aanslag rioolheffing worden vernietigd, en verweerder wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding en immateriële schadevergoeding.