Eiser, voormalig warehouse operator, vroeg een WIA-uitkering aan vanwege arbeidsongeschiktheid. Het UWV kende hem een gedeeltelijke loongerelateerde WGA-uitkering toe op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek, waarbij een arbeidsongeschiktheid van 56,55% werd vastgesteld. Eiser maakte bezwaar en stelde dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig was uitgevoerd, met name omdat er geen fysiek medisch onderzoek plaatsvond.
De rechtbank oordeelde dat het UWV verplicht is om in beginsel fysiek contact te hebben met de verzekeringsarts, tenzij dit goed wordt gemotiveerd. In deze zaak vond het onderzoek telefonisch en digitaal plaats, wat onvoldoende was onderbouwd, ook niet vanwege de coronapandemie. Daarnaast concludeerde de rechtbank dat de toegenomen rugklachten van eiser al vóór de datum in geding aanwezig waren, ondanks het standpunt van het UWV dat deze pas later ontstonden.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit omdat het niet zorgvuldig was voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. Het UWV moet een nieuw, zorgvuldig medisch onderzoek uitvoeren en een nieuw besluit nemen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiser.